IJSLAND

 

IJsland

IJsland is een eilandenstaat omringd door de Atlantische Oceaan in het zuiden, de Straat van Denemarken in het westen en de Groenlandzee in het noorden. De hoofdstad Reykjavík is 's werelds noordelijkste hoofdstad en de grootste stad van IJsland.

Een Belgische identiteitskaart volstaat om naar IJsland te reizen met een minimale geldigheid van 3 maanden na de terugreisdatum. IJsland behoort niet tot de Europese Unie maar wel tot de Schengen-zone.

Oppervlakte: 103.000 km²
Tijdzone: GMT+0 (winter) / GMT-1 (zomer)
Munteenheid: IJslandse Kroon (ISK)
Taal: IJslands
Inwoners: 334.252 (2016)
Bevolkingsdichtheid: 3 inwoners per km²

 

Geografie

 

IJsland is het op één na grootste eiland van Europa en ongeveer drie keer zo groot als Nederland. IJsland ligt in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan net ten zuiden van de Poolcirkel. 300km ten westen van IJsland ligt Groenland en 1000km ten oosten van IJsland ligt Noorwegen. Geologisch gezien is IJsland nog niet erg oud, de oudste gesteenten zijn nog geen twintig miljoen jaar oud (de oudste gesteenten op aarde zijn 4.600 miljoen jaar oud). Vulkaanuitbarstingen, lavastromen en aardbevingen geven IJsland nog steeds een ander aanzien. De laatste aardbevingen met een kracht van 6.5 op de schaal van Richter dateren van juni 2000. Driekwart van het land bestaat uit zand- en grindwoestijnen, gletsjers, rotsen en lavavelden. Dat houdt in dat slechts een kwart van IJsland blijvend begroeid is. Door de zware regenval en het water van de vele smeltende gletsjers komen er veel rivieren in IJsland voor, die door de snelle stroming geen van allen bevaarbaar zijn. Er zijn gletsjerrivieren en regenwaterrivieren. IJsland heeft zeer veel, vaak kleine meren die gevormd zijn door bodemverzakkingen, lavadijken, ijsdammen en door gletsjers uitgesleten waterbekkens.

Watervallen zijn ook kenmerkend voor het IJslandse landschap en komen in alle soorten en maten voor. De hoogste (190 meter) waterval van Europa ligt op IJsland, de Glymur. Gletsjers bedekken ongeveer 11% van IJsland. De grootste gletsjer, de Vatnajökull, bevindt zich in Zuid-IJsland en is groter dan alle gletsjers van de Alpen, Noorwegen en andere IJslandse gletsjers samen (8.456 km²).

Vulkanen zijn er in vele soorten en ze komen op IJsland allemaal voor. Van al het vulkanische materiaal dat de afgelopen vijfhonderd jaar wereldwijd is uitgestoten, ligt ongeveer de helft op IJsland. De beroemdste vulkaan op IJsland is de Hekla, die sinds het jaar 1104 al minstens 20 maal is uitgebarsten. De laatste keer dateert van 1991. De vulkaan is ongeveer 7.000 jaar oud en 1.491 meter hoog. Ook onder de zeespiegel vinden vulkanische uitbarstingen plaats.

Geisers ontstaan doordat ondergronds water in één klap omgezet wordt in stoom. Omdat het volume van stoom vele malen groter is als van water wordt het nog boven de stoom aanwezige water met een enorme kracht omhooggeduwd. Hierdoor spuit het water omhoog, soms wel zestig tot zeventig meter hoog.

Het hele eiland bestaat uit een gemiddeld 400-800 m hoog plateau, waarop zich een aantal schilden, tafelvormige verheffingen en vulkanische kegels bevinden. Ongeveer 7% van de oppervlakte bestaat uit laagland. Het vrijwel onbewoonde centrale deel van de hoogvlakte bestaat voor het grootste gedeelte uit lava- en gletsjervelden. De vulkaankegel Öræfa-Jökull (2119 m hoog) in dit massief is het hoogste punt van IJsland.

 

 

Regio's

Zuid-IJsland

Nergens op Aarde is de scheiding tussen twee aardkorstplaten zo duidelijk te zien als op het schiereiland Reykjanes, waar ze 2 cm per jaar uit elkaar drijven. Maar de ruimte werd altijd opgevuld door talloze vulkaanuitbarstingen. In twee van de hoge-temperatuurgebieden op Reykjanes wordt nu electriciteit geproduceerd: Svartsengi en Hengill. Vlakbij bevindt zich ook de Blue Lagoon, met zijn wereldberoemde genezende krachten.

Eeuwen lang hebben de mensen op Reykjanes langs de kust gewoond en van vis geleefd. Ook al wordt de bewoning nu dichter, men is niet vergeten dat de zee van levensbelang was, en dit wordt in verschillende musea, onder andere in Grindavík en Sandgerði, benadrukt. Verder naar het oosten is het land lager en vlakker, en beter geschikt voor landbouw. Overal zijn sporen van de geschiedenis te zien. Hier speelde de beroemde Saga van Njáll zich af en in Hvolsvöllur is het museum Sögusetrið daaraan gewijd. Excursies en andere musea herinneren ook aan de geschiedenis, zoals het volksmuseum van Skógar, één van de beste van het land. Þingvellir is ongetwijfeld de belangrijkste historische plaats. In 930 werd hier het eerste parlement opgericht. Bijna negen eeuwen lang, tot 1798, waren er jaarlijkse zittingen. Gebeurtenissen in de sagas vonden hier plaats en vroeg in de 20ste eeuw werd het een nationaal park. Een andere historische plaats is Skálholt, het middelpunt van kerk en christendom op IJsland vanaf de 11de eeuw tot rond 1800.

Maar er is méér dan geschiedenis, er zijn fantastische natuurwonderen in het zuiden. Rivieren vormen imposante watervallen, met Gullfoss als de bekendste. Op veel plaatsen hebben zich bloeiende dorpjes rondom de hete bronnen gevormd, waar fruit en bloemen gekweekt worden met behulp van de geothermische hitte. Het bekendste bronnengebied is dat van Geysir, één van de beroemdste geisers ter wereld, waar ook de internationale naam voor het fenomeen vandaan komt. Verder oostwaarts zijn twee van IJsland's aktiefste vulkanen te vinden. Hekla heeft sinds er mensen op IJsland wonen 20 uitbarstingen gehad. De vulkaan Katla, bijna net zo aktief als Hekla, ligt onder de gletsjer Mýrdalsjökull, en geologen wachten op de volgende uitbraak, want het is ongewoon lang geleden sinds de laatste uitbarsting van Katla. Langs de kust liggen de Westman Eilanden, een natuurparadijs met een rijk vogelleven en een interessante geschiedenis. Ruim 30 jaar geleden moest men het eiland Heimaey verlaten vanwege een vulkaanuitbarsting vlak bij het dorp. Na afloop keerden de bewoners terug, en reizigers kunnen nu de gevolgen van deze ramp bekijken.

Oost-IJsland

Nergens voelt de mens zich zo nietig, als in de buurt van de grootste gletsjer van Europa, Vatnajökull. Gletsjers steken af tegen de hemel, er zijn enorme bergen en alles herinnert je aan de krachten binnen in de aarde. Het reusachtige formaat is indrukwekkend, maar de kleurenpracht en variatie aan steensoorten in Lónsöræfi en Borgarfjörður is ook uniek. Nergens is het land groener, de gletsjer witter, de hemel blauwer en het zand zwarter dan in het rijk van de Vatnajökull. Buitenlanders hebben dit ook ontdekt en maken gebruik van deze achtergrond voor advertenties en films. Het lag voor de hand om hier, aan de voet van de gletsjer, het tweede nationale park (1967) te stichten, met de natuur als middelpunt. Vandaag is het Nationaal Park Skaftafell één van de meest geliefde reisbestemmingen en er is van alles te doen voor reizigers. In Höfn is een speciale gletsjertentoonstelling opgezet. Er zijn boottochten op het gletsjermeer Jökulsarlón en avontuurlijke tochten op Vatnajökull. Er is ook een gevarieerd vogelleven in dit gebied, want de meeste trekvogels komen hier langs, samen met veel dwaalgasten uit Europa.

Maar het oosten heeft méér te bieden. Het landschap met de lange fjorden, de stijle bergen en spitse toppen, is heel bijzonder. Het is één van de oudste delen van IJsland, en nergens hebben de gletsjers het land meer afgeslepen dan hier. Daardoor is het binnenste van de bergen, waar de lava op een diepte van 3 km langzaam stolde, tenslotte aan het licht gekomen. Door de hitte ontstonden mooie stenen, onder andere zeolieten, die hier veel gevonden worden. Langs de fjorden die het verst weg liggen, wonen meestal geen mensen meer, maar er zijn wandeltochten waar je van de ene hut naar de andere loopt, door imposante bergpassen en groene dalen. Langs de kust kun je boottochtjes maken naar een paar van de rijk begroeide eilandjes.

In het Hérað gebied is het landschap weer anders. Daar is veel beschutting en zon, dus overal is veel vegetatie. Egilsstaðir is tot een transport- en servicecentrum voor het oosten uitgegroeid, met gevarieerde service voor reizigers. Er zijn veel natuurlijke havens in de Oostfjorden en aan het eind van de 19e eeuw ontstonden er dorpen, die vandaag nog steeds bloeien. Die vissersdorpjes hebben hun eigen speciale charme, en in sommigen worden jaarlijkse festivals georganiseerd. Er zijn ook veel musea, die getuigen van oude leefwijzen. Onderwerpen zijn de oorlogsjaren, Franse vissers, kunst en techniek. Maar er zijn ook natuurhistorische musea, met nadruk op de kenmerken van de Oostjorden: stenen en rendieren, die voornamelijk op het bergplateau Fljótsdalsheiði leven.

Noord-IJsland

In het westen van dit gebied, hebben vulkanen hun werk afgesloten en nadat de gletsjers verdwenen hebben rivieren het landschap verder gevormd met zachte lijnen. Veel bekende visrivieren stromen hier naar de zee. Aan beide zijden van Eyjafjörður liggen oude bergruggen, met dalen er tussenin. Jongere lagen hebben zich eromheen gevormd, behalve in het noorden. Daar doen de golven van de zee hun geduldige werk en schrapen alles af, tot alleen kale rotsen overblijven. Dit is een paradijs voor bergwandelaars, en de zonsondergang in juni is met niets te vergelijken, als de zon de zee nèt aanraakt, voordat ze weer omhoog stijgt.

 

Klimaat

 

Ondanks de noordelijke ligging zijn de korte zomers koel en de lange winters relatief zacht als gevolg van de invloed van de Golfstroom en de iets koelere Groenlandstroom. Wolken, mist en neerslag (op veel plaatsen in het zuiden meer dan 2000 mm per jaar, op de gletsjers tot 6000 mm, in het noorden tussen 300 en 500 mm) komen het hele jaar door voor. De warmste maand is juli (aan de kust 9-11 graden), de koudste januari (in het zuiden 0 graden, in het noorden en oosten -2 tot -6 graden). Het absolute maximum is 30 graden, het absolute minimum -38 graden. De gemiddelde jaartemperatuur in Reykjavík is 4,3 graden, op Vestmannaeyjar circa. 6 graden. Door de noordelijke ligging wordt het 's zomers nauwelijks of niet donker. In november, december en januari is het daarentegen maar enkele uren per dag licht.

 

Fauna & flora

Toen de eerste bewoners zich op IJsland vestigden waren grote delen (20%) van IJsland bebost. Wat nu direct opvalt is het bijna geheel ontbreken van bossen op IJsland door o.a. het kappen van bomen en begrazing door schapen. Om verdere ontbossing en erosie tegen te gaan is men op verschillende plaatsen begonnen met nieuwe bosaanplant. Mossen en korstmossen komen zeer veel voor op IJsland. Het roodkleurige IJslandse mos is een van de bekendste korstmossoorten. Hogere planten komen ook voor op IJsland, maar niet meer dan ongeveer 500 soorten. De meest voorkomende planten zijn verschillende laaggroeiende struiken zoals heide, wilgen en dwergberken.

De dierenwereld is niet erg rijk aan soorten vanwege de noordelijke ligging en het feit dat de dierenwereld nog niet zo oud is (IJsland is nog geen 20 miljoen jaar oud). Reptielen, amfibieën en dagvlinders komen niet voor. Pluspunt is weer dat stekende insecten als bijen en wespen ook niet voorkomen. Bijna alle landzoogdieren zijn met opzet of per ongeluk ingevoerd. Alleen de poolvos is altijd aanwezig geweest. Nertsen zijn geïmporteerd vanwege hun vacht. Ze zijn echter op grote schaal ontsnapt en komen nu veel in het wild voor. In het oosten komen grote kuddes rendieren voor. Van grote waarde voor het IJslandse volk zijn de IJslandse pony en het IJslandse schaap, het paard als transportmiddel en het schaap voor zijn vlees en zijn vacht. Zonder deze dieren zou IJsland onbewoond zijn geweest. In de wateren rond IJsland komen nog twee soorten zeehonden voor en ook dolfijnen en walvissen laten zich regelmatig zien. Er komen ongeveer 300 vogelsoorten op IJsland voor, waarvan het grootste deel trekvogel is. Het aantal broedvogels bedraagt slechts ongeveer 70, voornamelijk eendensoorten en kustvogels. De 6.000 km lange kust met veel klippen, rotsen en eilandjes is natuurlijk uitstekend geschikt voor het maken van nesten.

Twee roofvogels, de giervalk en de witstaartadelaar komen steeds minder voor en zijn daarom beschermde dieren. De meest voorkomende vogels zijn zee-, water- en waadvogels, zoals verschillende soorten eenden en ganzen, de papegaaiduiker, scholeksters en zeekoeten. Doordat er weinig bomen op IJsland voorkomen, zijn er weinig zangvogels te vinden. Inheemse vogels zijn o.a. het winterkoninkje, de sneeuwgors en de raaf. De enige hoendersoort op IJsland is de alpensneeuwhoen. Zalm en forel maken IJsland een eldorado voor sportvissers. De IJslandse rivieren wemelen van zalm en forel komt veel voor in meren en beken. In de wateren rond IJsland komen ongeveer 150 verschillende vissoorten voor zoals kabeljauw, koolvis, heilbot en haring.

 

 

Gastronomie

 

Van oudsher is de IJslandse keuken eenvoudig en boers en maakt ze gebruik van vis, vlees, aardappelen, graan- en melkproducten. Om vis of vlees te conserveren werd en wordt het gerookt, gedroogd, gepekeld of in zuur of melk ingelegd. Enkele gerechten van vroeger bestaan nog steeds en worden ook nu nog aan het eind van de winter tijdens de Þorrablót gegeten. Voor de IJslanders is dat een soort winterverdrijving, waarbij ze op traditionele wijze geconserveerde gerechten eten, want in de lente brak in vroegere tijden de tijd van de verse levensmiddelen weer aan.

Pas sinds de bouw van kassen zijn er ook inheemse tomaten, komkommers, paprika's, sla en champignons. In enkele supermarkten is het aanbod van uit de hele wereld geïmporteerde verse groenten en fruit indrukwekkend. In de afgelopen decennia hebben de IJslanders hun voeding, die overwegend uit vlees en vis bestond, dan ook verrijkt met het ooit versmade groenvoer. Het uitgebreidere aanbod geldt trouwens ook voor de keuze aan restaurants. In de grotere plaatsen vindt u tegenwoordig alles van Aziatische restaurants via fastfoodketens tot een gezellig vikingcafé. Algemeen wordt bijzonder op kwaliteit gelet. Zo stammen alle producten van inheemse dieren en vrijwel alles uit de zee en de rivieren, komt in één of andere vorm op tafel terecht.