GROENLAND

 

Groenland

Groenland is een autonoom gebied binnen het Koninkrijk Denemarken en het grootste eiland ter wereld. Groenland is ongeveer 73 keer zo groot als België. Het ligt in de noordelijke Atlantische Oceaan en grenst in het noorden aan de Noordelijke IJszee en het Robesonkanaal, in het oosten aan de Straat van Denemarken en de Groenlandzee, in het zuiden aan de Atlantische Oceaan en in het westen aan de Straat van Davis en de Baffinbaai. De hoofdstad van Groenland is Nuuk.

Een internationale reispas met geldigheid tot 6 maanden na terugkomst, is voor Belgen noodzakelijk om naar Groenland te reizen. Hoewel staatskundig nog altijd behorend tot Denemarken, weliswaar met een grote mate van zelfbestuur, behoort het niet tot de Europese Unie en de Schengen-zone.

Oppervlakte: 2.188.000 km² (85% ijs)
Tijdzone: GMT-1/GMT-3/GMT-4
Munteenheid: Deense Kroon (DKK)
Taal: Groenlands en Deens
Inwoners: 57.000
Bevolkingsdichtheid: 0.03 inwoners per km²

 

Geografie

 

Groenland (in het Groenlands: Kalaallit Nunaat) is een provincie van Denemarken en het grootste eiland ter wereld. Groenland is ongeveer 73 keer zo groot als België. Het ligt in de noordelijke Atlantische Oceaan en grenst in het noorden aan de Noordelijke IJszee en het Robesonkanaal, in het oosten aan de Straat van Denemarken en de Groenlandzee, in het zuiden aan de Atlantische Oceaan en in het westen aan de Straat van Davis en de Baffinbaai.

Groenland behoort geografisch gezien tot het Noord-Amerikaanse continent en heeft het oudste landschap ter wereld (tot 3,7 miljard jaar oud). Het Canadese Ellesmere Island ligt maar op 26 km afstand, IJsland op 220 km en Noorwegen op 1500 km. De afstand van het noorden naar het zuiden bedraagt bijna 2.700 km en dat is ongeveer net zo ver als de afstand Amsterdam-Athene. De afstand van het oosten naar het westen bedraagt iets meer dan 1000 km.

Groenland is het meest noordelijke land ter wereld. Het eilandje Oodaap is het meest noordelijke stukje land ter wereld. Ongeveer 80% van Groenland is bedekt met een pak landijs van gemiddeld 1.600 meter dik en er zijn zelfs stukken die meer dan 3.000 meter dik zijn. De oppervlakte van deze enorme ijsvlakte is net zo groot als de oppervlakte van Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje samen. Alleen een toendragebied in het noorden (Pearyland) en een 250 km brede kuststrook zijn ijsvrij. Door het gewicht van het ijs is de bodem van het binnenland op sommige plaatsen gezakt tot 360 meter onder zeeniveau.

De kust kenmerkt zich door steile bergen waarvan de Gunnbjørn Fjeld de hoogste is (3700 meter) en door de vele fjorden die tot 300 km (de Scoresbysund) landinwaarts reiken. Door deze fjorden is de Groenlandse kustlijn bijna 40.000 km lang. Voor de kust liggen vele eilanden waarvan Disko, dat ten westen van Groenland ligt, het grootste is met circa 8.600 km².

Het landijs op Groenland is verdeeld in een noord- en zuidkap en kan gezien worden als een soort gletsjer. Het binnenste ijs van de ijskap wordt firnijs genoemd. Firnijs ontstaat door het smelten en opvriezen van sneeuw. Aan de rand van het landijs bevinden zich gletsjertongen die in de zee afdalen. De snelheid waarmee dat gebeurt hangt onder andere af van de temperatuur, de ondergrond en de druk van het firnijs. Bij Ilulissat ligt de snelste gletsjer die circa 30 meter per dag de zee in schuift over een breedte van acht kilometer. De brokken ijs die in de zee schuiven zijn de beruchte ijsbergen. Eén daarvan werd de Titanic fataal. Deze ijsbergen kunnen wel 100 meter boven het water uitsteken. Onder water bevindt zich het grootste gedeelte van de ijsberg, 6/10 tot 9/10 deel. Door de bevriezing van de zeespiegel ontstaat in het noorden en noordoosten het zeeijs, ook wel pakijs genoemd als het aan alle kanten vast en onbeweeglijk ligt. Tot nu toe is het geen enkel schip gelukt om helemaal om Groenland heen te varen.

 

 

Regio's

Zuid-Groenland

Zuid-Groenland is het vruchtbare deel van Groenland. Niet voor niets verkoos Erik de Rode in 985 dit gebied om zich te vestigen en kreeg het gebied de naam Groenland. 's Zomers doet dit gebied werkelijk haar naam eer aan met bloemenzeeën waarin een groot deel van de Groenlandse flora vertegenwoordigd is. Daarnaast kent Zuid-Groenland ook gletsjers en ijsbergen en is er in de herfst het noorderlicht waar te nemen. In het voorjaar vind je in deze regio pakijs (bevroren zoutwater) dat afkomstig is uit het noordpoolgebied en zuidwaarts drijft langs de kust van Oost-Groenland. Met dit pakijs komen ook de zeehonden die een belangrijke aanvulling vormen op de visvangst, schapenteelt en jacht. Steden en nederzettingen liggen in deze regio relatief kort bij elkaar en kunnen (ook tijdens een kort verblijf) gemakkelijk worden gecombineerd. Er zijn nog ruïnes en boerderijen te zien uit de Vikingtijd evenals replica van Tjodhildurs kerkje bij Qassiarsuk. Heel bijzonder is het om tijdens een bad in één van de hete bronnen bij Uunartoq ijsbergen in de fjord voorbij te zien drijven.

West-Groenland

In West-Groenland is de enorme culturele ontwikkeling van Groenland te zien. Langs de kust leven weliswaar velen nog als jager, maar er is ook stadsleven met restaurants, discotheken, internetcafés enz. Ongeveer de helft van de 57.000 inwoners van Groenland leeft in de 'grote' steden aan de westkust, zoals de hoofdstad Nuuk en Ilullisat. Langs de gehele kuststreek snijden fjordenstelsels en baaien diep landinwaarts. Rondom Kangerlussuaq is een netwerk van gravelwegen richting inlandijskap ontstaan zodat hiervandaan te voet, te paard, per mountainbike of 4X4-auto de ijskap te bereiken is. Op weg naar de ijskap kunnen muskusossen en rendieren gezien worden. Het gebied van Kangaatsiaq in het zuiden tot Upernavik in het noorden behoort tot het land van de middernachtzon en de hondensledetochten. In de zomer gaat hier de zon niet onder en hoe noordelijker je komt, des te langer het licht blijft. In plaats van te vliegen, kan je ook per kustboot reizen. Doe als de Groenlanders zelf en neem de boot en laat het landschap langzaam voorbij trekken: van de lieflijke baaien en glooiende bergen in het zuiden, langs de indrukwekkende basaltkolommen van Disko-Eiland tot de hoge bergen van Uummannaq, de vogelrotsen bij Upernavik en de afkalvende gletsjers en ijsbergen onderweg. De gletsjers bij Uummannaq en Ilulissat behoren tot de snelststromende ter wereld en duwen elke dag heel wat ijsbergen richting zee. Er zijn hier veel kleine nederzettingen waar u het andere Groenland kunt leren kennen. Ook voor wie geïnteresseerd is in geschiedenis, heeft deze regio veel in petto: het oudste huis van Groenland (1734) staat in Qasigiannguit, de voormalige nederzetting Sersermiut bij Ilulissat, verlaten nederzettingen, woningen uit de koloniale tijd, kerken en veel meer. In de zomer is de kans groot dat je in de omgeving van Queqertarsuaq, Aasiaat en Qasigiannguit grote walvissen als bultruggen en vinvissen zal zien.

Noord-Groenland

Noordeljker dan Noord-Groenland zul je waarschijnlijk nooit komen. Vanuit Qaanaaq (Thule) startte Knud Rasmussen zijn 7 expedities en vertrok Peary met zijn hondenslede richting Noordpool, maar voor anderen was juist het dagelijks leven in deze extreem noordelijke nederzetting het interessantst. Hier leven de Inuït of pooleskimo's in een gemeenschap, die nog in grote mate afhankelijk is van de jacht op zeehonden, ijsberen, vogels en walrussen. In augustus wanneer het ijs is geweken, begint de jacht en worden expedities in grote sloepen met krachtige motoren opgezet. Het noordoosten van Groenland vormt het grootste nationale park ter wereld dat slechts zeer beperkt toegankelijk is voor het publiek.

Oost-Groenland

In Oost-Groenland vormen landschap, de mensen en de nederzettingen een getrouw beeld van van de originele cultuur en tradities van het oude Groenland. Nog maar amper 100 jaar geleden zetten de eerste Europeanen voet aan land in dit geïsoleerde deel van Groenland. Gescheiden van de rest van het eiland ontwikkelde zich hier een eigen taal en cultuur. De amper 3.500 inwoners van dit gebied leven verspreid over de twee 'steden' Tasiilaq en Ittoqqorttoormiit en negen nederzettingen. De bevolking is in grote mate afhankelijk van de omringende natuur voor het vangen van prooidieren, voornamelijk zeehonden. Er is namelijk geen idustriële visvangst zoals aan de westkust. Kunstvoorwerpen en huisvlijt laten een duidelijke traditionele (mystieke) inslag zien en zijn vaak van zeer goede kwaliteit.

 

 

Klimaat

 

Langs de westkust loopt de Golfstroom waardoor de temperatuur 's zomers gemiddeld tussen de 5 en 18 graden ligt, zowel in het noorden als in het zuiden. In de zon loopt de temperatuur gemakkelijk tot boven de 20 graden op. Op het landijs wordt het gemiddeld niet warmer dan -11 graden. De temperatuurverschillen zijn 's winters veel groter. In het noorden kan de temperatuur tot -50 graden dalen en in het zuiden tot -20 graden. In 1954 werd de laagste temperatuur ooit gemeten met -70 graden. De luchtvochtigheid op Groenland is meestal erg laag. Daardoor voelen de lage temperaturen heel anders aan dan op andere koude plaatsen op de wereld. Twee bijzondere natuurverschijnselen zijn in het noorden van Groenland waar te nemen: de middernachtzon en het noorderlicht. Hoe verder men in de richting van de Noordpool gaat, hoe hoger de zon aan de hemel staat en hoe langer de zon achter elkaar blijft schijnen. De Poolcirkel, die door het noorden van Groenland loopt, is de breedtegraad waarop de zon in de nacht van 21 op 22 juni net boven de horizon blijft staan. De middernachtzon is ook in zuidelijker delen van Groenland waar te nemen. Hartje zomer kan men dan zonder veel problemen 's nachts op straat de krant nog lezen. Omgekeerd blijft de zon 's winters op de poolcirkel natuurlijk onder de horizon staan en op de noordpool heerst dan de poolnacht. In het uiterste noorden is de zon in de winter maar maximaal drie uur per dag te zien. Het noorderlicht of poollicht is in heldere, koude winternachten te zien. Uit zonnevlekken worden richting aarde elektrische deeltjes weggeschoten die door het magnetisch veld om de aarde naar de hogere luchtlagen gestuwd worden en daar beginnen te gloeien. Er ontstaan dan schitterende kleurschakeringen in bogen en stralen. Het allermooiste is het noorderlicht als al die bogen en stralen als een kroon boven de pool lijken te hangen.

 

FAUNA & FLORA

Ondanks het vaak barre klimaat komen op Groenland ongeveer 500 plantensoorten voor, waaronder zelfs vier soorten orchideeën. De nationale bloem is het wilgenroosje. Typisch Groenlands is de op rabarber lijkende en smakende berg- engelwortel. Velden en weiden zijn in de zomer bezaaid met heide, ereprijs, wollegras, boterbloem, kamille, paardebloem, grasklokje, gentiaan, steenbreek en Arctische klaproos. Het klimaat op Groenland is er wel de oorzaak van dat er nauwelijks bomen op het eiland voorkomen. In de beschutting van de fjorden staan her en der wat berken. Algemeen voorkomend is de zeer kleine (10-20 cm) kruipende dwergberk. Eetbaar zijn blauwe bosbessen, vossenbessen en meelbessen. Eetbare paddestoelen als eekhoorntjesbrood en morieltje zijn er genoeg te vinden.

Groenland heeft een rijk dierenleven, waaronder meer dan 200 soorten vogels. De sneeuwhoen is de enige vogel ter wereld die in de winter een wit verenkleed krijgt. Er broeden circa 52 soorten vogels op Groenland waaronder aalscholvers, eidereenden, gorzen, jagers, drieteenmeeuwen en zwanen. Verder komen er vier roofvogelsoorten voor: de sneeuwuil, de zeearend, de slechtvalk en de giervalk.
De ijsbeer is het bekendste dier van Groenland en komt dan ook voor op het landswapen. De ijsbeer leeft ten noorden van de poolcirkel. In het nationale park leven meer dan 1.500 exemplaren. De poolvos en de poolhaas krijgen 's winters een witte pels. De poolvos leeft vooral op de noordelijke toendra maar komt in feite overal op Groenland voor. Lemmingen zijn kleine knaagdieren die massaal omkomen tijdens hun trektochten en 's winters onder het sneeuwdek leven. Rendieren komen in het wild voor, maar worden ook op boerderijen gefokt. Er leven verschillende soorten zeehonden in de kustwateren van Groenland waaronder de stinkrob, zadelrob en klapmuts. Ook walrussen worden regelmatig gesignaleerd. De imposante muskusossen, uit de familie der geiten, leven op de oostelijke toendra en in het westen van Groenland. Op dit moment leven er op Groenland zo'n 2.000 exemplaren. Ongeveer 20 soorten walvissen leven in de Groenlandse kustwateren waaronder het grootste dier ter wereld, de blauwe vinvis (tot 30 meter lang). Bijzonder is de narwal met zijn twee meter lange slagtand. Verder worden vinvissen, grienden, beluga's, bultrugwalvissen, potvissen en tuimelaars vaak waargenomen. De noordelijke toendra en een groot gedeelte van het landijs in het noordoosten is in 1974 door Denemarken uitgeroepen tot Nationaal Park. Het is het grootste beschermde gebied op Aarde en meet 972.000 km².

 

 

Gastronomie

 

Vlees van zeezoogdieren of vogels en vis uit zee, zijn altijd de basisingrediënten van de Groenlandse keuken geweest. Het hoge vet- en vleesgehalte van de meeste maaltijden gaven de oorspronkelijke bewoners energie en reserves om het ganse jaar de kunnen overleven in extreme omstandigheden. De Groenlandse eetcultuur is ook een sociaal gebeuren nog nauw verbonden met de jacht waarbij de vangst van de dag verdeeld werd onder de bewoners. Tegenwoordig heeft ook de internationale keuken haar intrede gedaan in Groenland en kan je bijna alles krijgen. Toch kan je als toerist ook traditionele gerechten proeven bereid op basis van walvis-, zeehonden- of muskusossenvlees. Doorgaans maken ze deel uit van een zogenaamd Groenlands buffet of barbecue. Andere specialiteiten zijn de verschillende soorten vis, desserts op basis van wilde bessen en Groenlandse koffie.