DENEMARKEN

 

Denemarken

Het Koninkrijk Denemarken bestaat uit Denemarken, Groenland en de Faeröer Eilanden. De buurlanden zijn  Noorwegen in het zuiden en Zweden ten zuidwesten. De Øresundbrug verbindt het land met Zweden. De enige landsgrens is Duitsland in het zuiden. Verder grenst het aan de Oostzee en de Noordzee. De hoofdstad  is Kopenhagen dat tevens de grootste stad is.

Een Belgische identiteitskaart volstaat om naar Denemarken te reizen. Denemarken is een Schengen-land waardoor er geen paspoortcontrole meer is aan de grenzen.

Oppervlakte:43.000 km²
Tijdzone: GMT +1
Munteenheid:Deense Kroon (DKK)
Taal: Deens
Inwoners: 5.700.000 (2016)
Bevolkingsdichtheid: 135 per km²

 

GEOGRAFIE

 

Het koninkrijk Denemarken is het zuidelijkste land van Scandinavië. Denemarken heeft in het zuiden een korte landgrens met het Duitse Sleeswijk-Holstein (68 km). Denemarken grenst in het westen aan de Noordzee, in het noorden aan het Skagerrak. In het zuiden is er een korte grens met Duitsland en in het oosten grenst het aan het Kattegat, de Sont en de Oostzee. Het bestaat uit het schiereiland Jutland en 474 eilanden waarvan er ongeveer 100 bewoond zijn.

De kuststroken lijken sterk op die van Nederland met zandstranden, wadden, duinen en dijken. Voor de kust van West-Jutland liggen veel zandbanken en riffen. De oostkust van Jutland is een fjordenkust waarvan de inhammen lang en bebost zijn. De goed bevaarbare fjorden dringen vanaf de oostkust diep het land in. De zeer grillige kust van Denemarken heeft een kustlijn van 7500 km. Hoewel laag gelegen heeft het Deense landschap afwisselende golvende vormen.

Het hoogste punt is de Ejer Bavnehøj op de Jutlandse heuvelrug (172 meter). Het laagste punt is de Lammefjord, 7 meter onder zeeniveau.

De langste rivier is de Gadenå, 160 km lang. Om het eiland Møn en Zuidoost-Sjælland komen steile krijtrotsen voor die een hoogte van ± 140 meter bereiken.

 

 

Regio's

Noord-Jutland is aan alle kanten door water omgeven. Het licht is hier fantastich en het kustlandschap apart met haar begroeide duinen, heidevelden en bossen. De heidevelden van Thy zijn benoemd als het eerste nationale park van Denemarken. De Limfjord met zijn eilandjes en beschutte baaien loopt dwars door het land. De belangrijkste stad is de havenstad Aalborg.

West-Jutland heeft een kustlijn getekend door de machtige Noordzee. Hier kun je volop genieten van de zilte zeelucht en de prachtige zandstranden. In het zuiden vind je de moerasgebieden en de waddeneilanden Fanø, Mandø en Rømø. 

Oost-Jutland, met hoofdstad Århus, is heel afwisselend door het heuvellandschap. De kustlijn wordt steeds onderbroken door inhammen en je vindt prima stranden langs het Kattegat en aan de voet van de heuvels van Djursland. Søhøjlandet, het gebied rond de stad Silkeborg, staat bekend om de vele meren, bossen.

Zuid-Jutland kent een landschap van akkers, weilanden, bossen en inhammen. De kustlijn in het westen wordt gemarkeerd door een weids moeraslandschap met dijken en sluizen. De kustlijn is langgerekt, te danken aan vele inhammen en fjorden bij de oostkust en het eiland Als. Ook zijn hier volop stranden en wandelroutes.

 

De Deense eilanden Funen, Langeland en Ærø liggen tussen Jutland en Seeland. Het eiland Funen, met hoofdstad Odense, wordt ook wel de tuin van Denemarken genoemd en heeft een idyllisch landschap met landwegen die zich tussen de heuvels doorslingeren. Aan de zuidkust vind je de Funen archipel.

Noord-Seeland biedt een afwisselend groen en golvend heuvellandschap met meren en dichte bossen. De noordelijke kustlijn staat garant voor de beste stranden van het eiland. Helsingør is vooral bekend door Kronborg, het kasteel van Hamlet, met een prachtig uitzicht over de Sont en Zweden.

Seeland, Møn en Lolland-Falster liggen in Oost-Denemarken. Seeland is het grootste eiland van Denemarken. De witte krijtrotsen van het eiland Møn zijn met niets te vergelijken. Op de eilanden Lolland en Falster word je verrast door een landschap van eindeloze weilanden en akkers. 

Bornholm, het eiland in de Oostzee, wordt vaak omschreven als Denemarken in een notendop. Je vindt hier diverse landschapstypen. De zuidkust van het eiland heeft prachtige witte stranden met heel fijn zand. 

 

hoofdstad Kopenhagen

Kopenhagen ligt aan de oostkust van Seeland. De stad is levendig met veel charme en cultuur. Bezoek zeker het unieke Tivoli, het oudste pretpark ter wereld gelegen in het hart van de stad. Andere hoogtepunten zijn het Koninklijk Paleis Amalienborg, 's werelds langste winkelwandelstraat Strøget en de kleurrijke kade van Nyhavn. Een bezoek aan de wereldberoemde kleine zeemeermin mag natuurlijk niet ontbreken. Dit alles in combinatie met smørrebrød, talrijke evenementen en Deens design, maken Kopenhagen tot een ideale city break bestemming.

 

 

Klimaat

 

Denemarken heeft een gematigd zeeklimaat, sterk beïnvloed door de temperatuur van het Noordzeewater. Februari is de koudste maand. Hierin schommelt de gemiddelde temperatuur rond de 0 graden. In strenge winters vriest een gedeelte van het Kattegat voor korte tijd dicht. In de Sont en in de Belten komt vaker ijs voor.
In juli, de warmste maand, schommelt de temperatuur gemiddeld tussen de 15 en 16,5 graden. De warmste streken zijn Bornholm, Falster, Lolland en Viborg. De koudste streken zijn Himmerland, Midtfyn en Nordvestjyland.

Het aantal regendagen ligt tussen de 120 en 200 dagen per jaar. De meeste regen valt van augustus tot en met oktober. De droogste periode valt tussen eind april en begin juni.

Als de wind 's winters uit het oosten waait, kan het zeer koud worden, tot -31 graden. 's Zomers kan de temperatuur door diezelfde oostenwind oplopen tot meer dan 35 graden. De wind waait echter vaak uit het westen.

 

Fauna & Flora

Vroeger was Denemarken een dicht bebost land. Op dit moment bestaat ongeveer 11% van het landoppervlak uit bos. In Denemarken komen ongeveer 1.500 plantensoorten voor. Aan de kust komt de bijzondere roze-witte strandroos voor. De nationale bloem is de margriet, de nationale boom is de groene beuk.

De wildstand in Denemarken is in de 20ste eeuw sterk teruggelopen. Eland, oeros en zelfs wilde zwijnen komen niet meer voor. Reeën, edelherten en de ingevoerde damherten en sikaherten leven voornamelijk in wildparken. In de heide- en duingebieden leven vele hazen, konijnen, patrijzen en fazanten.  Van de zeeroofdieren komt naast de gewone zeehond de grijze zeehond voor.
In de kustwateren zijn regelmatig bruinvissen en tuimelaars te zien. In de rivieren en beken kan gevist worden naar o.a. forel, sneep, baars en snoek. Zeevissers vangen veel kabeljauw, geep, zeeforel, koolvis, griet en haring. Er komen ongeveer 350 soorten vogels voor in Denemarken. De helft daarvan broedt in Denemarken zelf, de rest zoekt warmere streken op. Veel voorkomende vogels zijn de raaf, zeearend, patrijs, fazant en eend. De nationale vogel is de zwaan. 

 

 

Gastronomie

 

Het valt aan te bevelen om enkele typisch Deense producten te proberen. Het bekendste is het smørrebrød, prachtig belegde sneetjes roggebrood. Beroemd is in Denemarken ook het zogeheten koldtbord, een misleidende naam voor een buffet dat ook kleine warme hapjes bevat. Het wordt meestal aangeboden tegen een vaste prijs, waarbij zoveel mag worden gegeten als je wilt. De Deense kro's (herbergen) hebben uitstekende streekgerechten op de menukaart staan. Populair bij de Denen zelf zijn de kleine rode worstjes (pølser) die worden verkocht aan de worstkarren die je her en der op straat tegenkomt. Stap ook eens binnen bij een banketbakkerij (konditori) waar je absoluut niet alleen met brood de deur uitgaat.